Je schuift bij me aan, ik wacht niet af. Ik neem een duik in je doen en laten. Ik vraag, jij antwoordt. Ik probeer sluiks te achterhalen wanneer je ogen knipperen, ik luister goed naar de klank van je stem. Er valt een stilte. Je begint uit jezelf te vertellen, ook over onderwerpen waar ik nog niet aan dacht. Ik luister nog beter. En ik kijk. Ik wil je helemaal zien. Dan maak ik me je tempo eigen, ik vertaal jouw intenties, eigenaardigheden en verlangens in een gedicht.

Daar doe ik het voor

Ik hou van cadeaus geven. Ik vind het heerlijk om me een voorstelling te maken van wat iemand beweegt, waar hij naar verlangt en hoe degene zich gezien kan voelen. Omdat stoeien met taal mijn tweede natuur is, maak ik cadeaus van woorden. Ik wil dat mijn woorden bij je binnenkomen.
Ik doe mijn werk in levende lijve op plekken waar mensen samen komen, en op afstand, in mijn eigen werkplaats.

Sommige poëten noemen zichzelf sneldichter. Ik heb dat woord wel eens geprobeerd, maar snel mag geen criterium zijn bij poëzie. Ik dicht oorspronkelijk en op de man af. Dat gaat over luisteren, voelen, ritme, klank, beeld en taal.
Ik kan rap met iets voor de dag komen, dat wel.

Wat je krijgt

Op publieke plaatsen schrijf ik ‘live’ op mijn oude Continental typemachine. Dan zorg ik dat je een schilderijtje van papier mee naar huis krijgt, met je gedicht erop. Typex en correcties laat ik over aan andere media, vergeef me als ik heel soms een letter vergeet.

Bij individuele opdrachten overleggen we over de plaats en omstandigheden van het gesprek en hoe ik het aanlever.